Bolgheri

 
Mooier dan de Chianti streek
Iedereen heeft wel eens gehoord van de Chianti streek. Bekend om zijn mooie wijnroutes en heerlijke wijnen. Minder bekend is Bolgheri en de ‘Strada del vino’ (de straat van de wijnen). Jammer, want het is hier minstens zo mooi.
 

Must see

Als wij één plaatsje moeten noemen die je gezien MOET hebben in Toscane, dan is het Bolgheri. Waarom? Een gevoel is lastig uit te leggen, maar wanneer je hier geweest bent, weten we zeker dat je het een ander ook aan zou raden. Het is heel toeristisch, maar dat maakt het zeker niet minder mooi.
 

Nonna Lucia

Bolgheri is bekend bij alle Italianen, omdat ze het gedicht van de Italiaanse dichter Giosuè Carducci over zijn ‘nonna Lucia’ (oma Lucia) op school moeten lezen. Hij dicht hierin onder andere over de mooie cipressenlaan die je naar Bolgheri lijdt.

 
Langste cipressenlaan van Italië

Wanneer je van de zeekant naar Bolgheri rijdt, rij je over de ‘viale dei cipressi’ (laan van de cipressen). Deze is kilometers lang. De langste cipressenlaan van Italië. Het is werkelijk schitterend om te zien! Eerst is de weg recht, maar dan volgt hij de lijnen van de heuvels. Je gaat op en neer en er lijkt geen eind aan te komen.
Tussen de cipressen door zie je de wijnranken en olijfbomen die Toscane zo heerlijk Toscaans maken. Een lust voor het oog! Niet alleen in de zomer, maar ook in de herfst wanneer de wijnranken beginnen te verkleuren en je hele families de olijven van de olijfbomen ziet halen, terwijl de cipressen hun mooie groene kleur behouden.
 
Tip: op je navigatiesysteem kun je de viale dei cipressi trouwens niet vinden. Dit is namelijk hoe de straat in de volksmond genoemd wordt. Voer liever Strada Provinciale Bolgherese of Viale di S. Guido in.
 

Castello

Eenmaal aangekomen, parkeer je je auto gemakkelijk op één van de parkeerplaatsjes buiten dit stadje. Je loopt onder de poort van il castello di Bolgheri (het kasteel) door om binnen te komen. Het is een klein plaatsje, met slechts een paar straatjes, maar prachtig! Direct bij binnenkomst zie je rechts een klein kerkje waar je in mag.
 
 

Typisch Toscaanse winkeltjes

Je vindt in Bolgheri superleuke kleine winkeltjes met de heerlijkste ‘vino’, olijfolie, balsamicoazijnen en andere typisch Toscaanse streekproducten. Natuurlijk kun je hier ook een mooi olijfhouten plankje kopen om thuis ook een typisch Toscaans kaas- en vleesplankje te kunnen maken voor vrienden en familie.
 

Restaurantjes en gelato

Er zijn diverse restaurantjes waar je van een uitgebreide lunch of diner kunt genieten. De één nog beter dan de ander. Ook zijn er leuke terrasjes aan de Piazza Alberto, zodat jullie kinderen op het grasveld onder de hoge bomen kunnen spelen, terwijl jullie genieten van een heerlijke ‘vino’.
Of geniet van een ‘gelato artiginale’ (zelfgemaakt ijs), terwijl je door de straatjes struint en geniet van het prachtige uitzicht.
(Kijk bij restauranttips voor onze aanraders in Bolgheri.)
Wil je liever picknicken? Neem dan gerust een mandje mee en ga op één van de bankjes op het piazza zitten of in het speeltuintje bij de olijfboom, terwijl je geniet van de levendigheid om je heen.
 

Bezienswaardigheden

Op de Piazza Alberto vind je een standbeeld van nonna Lucia. Wanneer je Bolgheri aan de andere kant uitloopt kun je haar graf ook bezoeken op ‘il cimeterio’; een klein vervallen kerkhof waar eigenlijk vooral veel data genoemd zijn, maar de wandeling door het stadje maakt het de moeite waard.
Loop je rechtsom door Bolgheri, dan geniet je van prachtig uitzicht over de Toscaanse heuvels. Loop je iets door, dan zie je bij het speeltuintje één van de oudste olijfbomen staan. Deze olijfboom komt uit circa 1720. Een brede stam, deels levend, deels versteend met mooie takken vol bladeren en olijven. Een mooi fotomomentje met de hele familie.
 

Het gedicht

Als je Bolgheri hebt gezien, ben je vast benieuwd naar het gedicht wat het zo beroemd heeft gemaakt.
Giusuè Carducci is trouwens niet de echte naam van deze beroemde Italiaanse dichter. Zijn achternaam verwijst naar Castagneto Carducci. Dit is het dorp waar hij vandaan komt.
Ook leuk om te bezoeken.
 
Hieronder lees je het beroemde gedicht:
 
‘I cipressi che a Bolgheri alti e schietti
van da San Guido in duplice filar,
quasi in corsa giganti giovinetti
mi balzarono incontro e mi guardar.
Mi riconobbero, e – ben torni omai –
bisbigliaron vèr’ me co ‘l capo chino:
Perchè non scendi ? Perchè non ristai?
Fresca è la sera e a te noto il cammino.

Oh sièditi a le nostre ombre odorate
ove soffia dal mare il maestrale:
ira non ti serbiam de le sassate
tue d’una volta: oh non facean già male!
Nidi portiamo ancor di rusignoli:
deh perché fuggi rapido così?
Le passere la sera intreccian voli
a noi d’intorno ancora. Oh resta qui!
 
Bei cipressetti, cipressetti miei,
fedeli amici d’un tempo migliore,
oh di che cuor con voi mi resterei.
Guardando lor rispondeva – oh di che cuore!
Ma, cipressetti miei, lasciatem’ire:
or non è più quel tempo e quell’età.
Se voi sapeste!… via, non fo per dire,
ma oggi sono una celebrità.

E so legger di greco e di latino,
e scrivo e scrivo, e ho molte altre virtù:
non son più, cipressetti, un birichino,
e sassi in specie non ne tiro più.
E massime a le piante. – un mormorio
pe’ dubitanti vertici ondeggiò
e il dí cadente con un ghigno pio
tra i verdi cupi roseo brillò.
 
Intesi allora che i cipressi e il sole
una gentil pietade avean di me,
e presto il mormorio si fe’ parole:
ben lo sappiamo: un pover uom tu se’.
Ben lo sappiamo, e il vento ce lo disse
che rapisce de gli uomini i sospir,
come dentro al tuo petto eterne risse
ardon che tu né sai né puoi lenir.

A le querce ed a noi qui puoi contare
l’umana tua tristezza e il vostro duol.
Vedi come pacato e azzurro è il mare,
come ridente a lui discende il sol!
E come questo occaso è pien di voli,
com’è allegro de’ passeri il garrire!
A notte canteranno i rusignoli.
Rimanti, e i rei fantasmi oh non seguire.
 
I rei fantasmi che da’ fondi neri
de i cuor vostri battuti dal pensier
guizzan come da i vostri cimiteri
putride fiamme innanzi al passegger.
Rimanti; e noi, dimani, a mezzo il giorno,
che de le grandi querce a l’ombra stan
ammusando i cavalli e intorno intorno
tutto è silenzio ne l’ardente pian,
ti canteremo noi cipressi i cori
che vanno eterni fra la terra e il cielo:
da quegli olmi le ninfe usciran fuori
te ventilando co ‘l lor bianco velo;
e Pan l’eterno che su l’erme alture
a quell’ora e ne i pian solingo va
il dissidio, o mortal, de le tue cure
ne la diva armonia sommergerà.
 
Ed io – lontano, oltre Apennin, m’aspetta
la Tittí – rispondea; lasciatem’ire.
È la Tittí come una passeretta,
ma non ha penne per il suo vestire.
E mangia altro che bacche di cipresso;
né io sono per anche un manzoniano
che tiri quattro paghe per il lesso.
Addio, cipressi! Addio, dolce mio piano!

Che vuoi che diciam dunque al cimitero
dove la nonna tua sepolta sta?
E fuggíano, e pareano un corteo nero
che brontolando in fretta in fretta va.
Di cima al poggio allor, dal cimitero,
giù de’ cipressi per la verde via,
alta, solenne, vestita di nero
parvemi riveder nonna Lucia.
 
La signora Lucia, da la cui bocca,
tra l’ondeggiar de i candidi capelli,
la favella toscana, ch’è sí sciocca
nel manzonismo de gli stenterelli,
Canora discendea, co ‘l mesto accento
de la Versilia che nel cuor mi sta,
come da un sirventese del trecento,
piena di forza e di soavità.

O nonna, o nonna! Deh com’era bella
quand’ero bimbo! Ditemela ancor,
ditela a quest’uom savio la novella
di lei che cerca il suo perduto amor!
Sette paia di scarpe ho consumate
di tutto ferro per te ritrovare:
dette verghe di ferro ho logorate
per appoggiarmi nel fatale andare.
 
Sette fiasche di lacrime ho colmate,
sette lunghi anni, di lacrime amare:
tu dormi a le mie grida disperate,
e il gallo canta, e non ti vuoi svegliare.
Deh come bella, o nonna, e come vera
è la novella ancor! Proprio così.

E quello che cercai mattina e sera
tanti e tanti anni in vano, è forse qui,
sotto questi cipressi, ove non spero,
ove non penso di posarmi piú.
Forse, nonna, è nel vostro cimitero
tra quegli altri cipressi ermo là su.
Ansimando fuggía la vaporiera
mentr’io così piangeva entro il mio cuore.

E di polledri una leggiadra schiera
annitrendo correa lieta al rumore.
Ma un asin bigio, rosicchiando un cardo
rosso e turchino, non si scomodò:
tutto quel chiasso ei non degnò d’un guardo
e a brucar serio e lento seguitò.’
 

Vertalen.nu/zinnen

Is jouw Italiaans (nog niet) toereikend? Via vertalen.nu/zinnen kun je een groot deel van het gedicht begrijpen. Ook handig voor als je in Italië op vakantie bent en je een menukaart wilt ontcijferen! 
 
Foto('s):
Prijsinformatie:
Prijs per stuk:
€ 0,00